Pilot Technische O&O fondsen 2010-2011
Print
STOOF heeft samen met de technische opleidingsfondsen OOM en A+O Metalektro de pilot ‘Flexibel in de techniek’ opgezet en uitgevoerd. Doel van deze samenwerking was om met gezamenlijke inspanningen 200 flexkrachten in de techniek op te leiden. Voor deze 200 leerlingen gaf STOOF een financiële bijdrage voor de mentorschapsbegeleidingvan € 800,- per leerling per jaar. OOM en A+O Metalektro financierden de reguliere bijdrage voor de technische leerbedrijven (inlener), waar de flexkracht geplaatst is. De 7 flexorganisaties die aan de pilot deelnamen t.w. Adecco, DIT Bouw en Techniek, Maintec, Randstad, Start People, Tempo Team en Werk & Vakmanschap hebben in totaal 153 flexkrachten geplaatst en laten ingestroomd in een BBL-traject op niveau 2, 3 of 4 bij in totaal 98 A&O bedrijven en 44 OOM bedrijven.
Met de pilot willen A&O, OOM en STOOF tevens de intersectorale samenwerking bevorderen en zij hebben gedurende en ter afsluiting van de pilot een kwalitatief onderzoek laten uitvoeren door ITS (onderdeel van de Radboud Universiteit) in Nijmegen.
De meerwaarde die door leerling/flexkracht, leerbedrijven/inleners en flexorganisaties werd ervaren, zijn:
Voor de leerling/flexkracht:
- Meer kans op afmaken opleiding. De leerling-flexkracht krijgt een contract voor de duur van de opleiding, en hierdoor meer zekerheid. Indien een leerling tussentijds weg moet bij een leerbedrijf, zorgt de flexorganisatie voor doorplaatsing;
- Meer en betere begeleiding. Hierdoor kunnen ouderen de opleiding beter aan maar ook voor overige leerling-flexkrachten is het gunstig.
- Te laag gekwalificeerde jongeren krijgen een kans om ‘voorgeschoold’ te worden.
Voor de leerbedrijven (inleners):
- Er worden meer en betere leerlingen geworven voor de metaalsector:
- Flexorganisaties rekruteren leerlingen uit een breed aanbod;
- Vooral de technische flexorganisaties weten wat voor leerlingen de bedrijven nodig hebben;
- Flexorganisaties nemen een deel van de begeleiding over zodat er binnen de leerbedrijven capaciteit vrijkomt voor meer leerlingen;
- ‘Zien opleiden doet opleiden’, er raken meer medewerkers geïnteresseerd in opleidingen;
- De leerbedrijven worden ‘ontzorgd’ en dat werkt kostenbesparend;
- Leerbedrijven kunnen de leerlingen een tijd op ‘proef’ nemen.
Voor de flexorganisaties:
- Flexorganisaties hebben relaties met ROC’s opgebouwd, dit vergemakkelijkt in de toekomst het werven van leerlingen;
- Flexorganisaties hebben extra mogelijkheden om zittende flexkrachten bij te scholen en zij-instroom te vergroten;
- Flexorganisaties kunnen een breder (loopbaan-)perspectief bieden aan geschikte flexkrachten.
Werkgevers in de metaalbewerking, metalektro en de flexbranche hebben de afgelopen jaren zware tijden doorgemaakt. De orderportefeuilles waren minder gevuld en ook de vraag naar flexkrachten was sterk teruggelopen. Ondanks dat deze sectoren nog steeds de effecten van de crisis voelen, kijken ze wel vooruit. Met name naar de beschikbaarheid van voldoende en goed opgeleide medewerkers voor de toekomst. Immers, vergrijzing en ontgroening zijn de grootste bedreiging als we economisch weer op volle toeren draaien.
Daarom zijn de opleidingsfondsen OOM, A+O Metalektro en STOOF voor het tweede achtereenvolgende jaar een project gestart met als doel om vóór 1 oktober 2011 200 leerwerkbanen voor flexkrachten binnen de metaalbewerking en metalektro te creëren.
Dit project wordt uitgevoerd door 7 flexorganisaties die zich hiervoor hebben aangemeld, te weten: Adecco, DIT Bouw en Techniek, Maintec, Randstad, Start People, Tempo Team en Werk & Vakmanschap.
Kijk op de eigen websites van de fondsen A+O Metalektro en OOM voor meer informatie.
Stuur door